In de loop der eeuwen zijn de methodes voor het voorspellen en waarnemen van het weer steeds geavanceerder geworden. Eksterogen werden vervangen door barometers, zwaluwen door satellietbeelden, kruidenvrouwtjes door neerslagradars.
Hier op het Bomdasch-instituut verrichten we inmiddels onderzoek op een geheel nieuw terrein, en wel dat van de dierlijke meteorologische sondering. 's Morgens vroeg gooien we Jonas, die als wetenschappelijk medewerkster aan ons instituut verbonden is, de deur uit. Bij haar terugkeer moet het mogelijk zijn om, aan de hand van haar toestand, de weersgesteldheid nauwkeurig te bepalen.
Hoewel de methode zich nog in een experimenteel stadium bevindt zijn de voorlopige resultaten veelbelovend. Vanmorgen deden we, na de apparatuur te hebben gecalibreerd, een eerste kleine test. Al een kwartier na aanvang konden we vergenoegd vaststellen dat het kutweer was.