De afgelopen tijd heb ik de wereld alleen maar gadegeslagen vanachter treinruiten. Dat is natuurlijk niet goed. Het wordt hoog tijd dat ik weer eens naar buiten ga. Waarvan akte.
Heb je nog iets bijzonders gezien door die treinruiten, Ko? Dat wel, dat wel. Zo zijn de zilverreigers weer volop terug in de Keverdijksche Polder (ik neem aan dat ze het een week of wat druk hebben gehad met broeden) en af en toe zie je er een ree. Aan de andere kant van de Keverdijk kun je geregeld een buizerd zien grondjagen en in de Gooiboog staan bijna elke dag wel een paar lepelaars te foerageren.
In de rietkraag bij de stadsdeelwerf van Slotervaart zit een spotvogel en in de blusvijver achter ons kantoor zwemt een paartje futen met jongen - het tweede broedsel van dit jaar. Rondom het kantoor is trouwens niet zoveel meer te beleven sinds het merendeel van de bomen is gekapt voor de aanleg van een parkeergarage. Je zou ze toch.
Nee, dan is het thuis beter. Zo is de mythe dat alleen boomklevers ondersteboven langs een boomstam kunnen kruipen ontkracht door de koolmezen in de boom voor ons huis. In diezelfde boom zit sinds kort geregeld een grote bonte specht. De achtertuin zit vol bijen, hommels, vlinders en libellen (dit tot groot genoegen van de poes, die er niet alleen leuke speelobjecten aan heeft, maar ook een rijke bron van eiwitten) en als het 's avonds begint te schemeren fladderen er vleermuisjes rond.
Maar, zoals gezegd, ik moet er hoog nodig weer eens uit. Ik denk dat ik vanavond maar een boswandeling ga maken.