Donderdag klaagde ik dat ik al te lang niet meer buiten was geweest. En passant kondigde ik aan die avond een boswandeling te gaan maken. Een klein kwartier later ontving ik een mailtje van een uiterst verbolgen Thijs, die ik sinds zijn verhuizing naar Almere niet meer bezocht had. 'Met je boswandeling, lul!'
Nu moet je weten dat Thijs' nieuwe woning op een kwartier gaans van de Oostvaardersplassen ligt. Zodoende stonden we 's avonds bij achten te schuilen voor de gietregen achter een informatiepaneel van Staatsbosbeheer. Wat is de natuur toch mooi.
Onderweg waren we al gestuit op een jonge ransuil, die driftig met vliegoefeningen bezig was, en op een bruine kiekendief die, zo leek het althans, ruzie had gehad in de Oostvaardersplassen en daarom zijn heil maar tussen een paar broeikassen had gezocht.
In de plassen zelf gebeurde er aanvankelijk niet veel, hetgeen vermoedelijk te wijten viel aan regen en wind. Maar toen het een beetje opdroogde (en we weer normaal door de kijkers konden turen) kregen we de ene na de andere specialiteit voor onze kiezen: kluten, grutto's, tureluurs en een verdwaalde kemphaan, lepelaars, kleine zilverreigers en een purperreiger, bruine kiekendieven en een buizerd, puttertjes, rietgorzen en als klap op de vuurpijl drie geoorde futen
Verder uiteraard enkele tientallen edelherten, heckrunderen en miniscule padden die de neiging hadden om onder onze schoenen te kruipen. En dat is dan nog een verkorte samenvatting. Niet slecht voor twee uurtjes.
Zoals gezegd: het weer was belazerd, maar het had als voordeel dat we al dat moois voor ons alleen hadden. 's Avonds bij schemer teruggekuierd naar Almere. Niet uitgesloten dat ik eens wat vaker bij Thijs op visite ga.