Ongeveer drie kwartier geleden zijn (eindelijk!) de eerste onweersbuien over Hilversum getrokken. Uiteraard zat ik net op dat moment in Bussum, zodat ik het moest stellen met een paar flitsen, een buitje en wat gerommel in de verte. Doe je niks aan. Wie weet komen er nog wel een paar - achter de St. Vitus hangt nog een vet schip met zure appelen.
Gisteravond viel het me ineens op dat er geen gierzwaluwen meer waren. Na heel lang wachten heb ik er nog een gezien, even later zelfs nog een groepje van drie, maar het lijkt erop dat ze terug naar Afrika zijn. Vanmiddag belde Thijs op om te vertellen dat er ook bij hem geen gierzwaluwen meer zijn - en inderdaad: vandaag heb ik er niet een meer gezien. Misschien dat er nog een paar overtrekken vanuit Scandinavië, je weet het nooit.
Ik houd erg van de herfst en de winter, maar mijns ondanks vind ik het altijd een beetje een triest moment als de gierzwaluwen vertrekken. Als de zomer zich een beetje herstelt kunnen we nog minstens tot half september in de tuin zitten. En warme avonden in de tuin zijn niet hetzelfde zonder gierzwaluwen.
Nil desperandum. Over iets meer dan twee maanden is het oktober en vliegen de eertse kolganzen weer over het huis. Zo houd je altijd iets om naar uit te kijken. De herfst is in aantocht. Ik begin trek te krijgen in pasta met zwammen.