In de Stadionbuurt zit al zeker een week een troep van een paar duizend spreeuwen. Voor ze 's avonds neerstrijken in de bomen rond het Olympiaplein, vliegen ze nog even en masse een paar rondjes over de daken.
De spreeuw mag dan een heel algemeen, zelfs een beetje een onooglijk* vogeltje wezen, de slaaptrek van spreeuwen is een van de mooiere taferelen die ik ken. Dit heb ik bij mijzelve overdacht, terwijl ik de spreeuwen in de miezerregen in de boomtoppen zag zitten. Ik baalde een beetje. Net te laat voor de slaaptrek.
Gelukkig passeerde juist op dat moment een motorfiets, waarvan de uitlaat tweemaal krachtig terugsloeg. Nadat ik me ervan had vergewist dat de knallen inderdaad van de uitlaat afkomstig waren - in Oud-Zuid weet je het nooit - heb ik dus alsnog kunnen genieten van een zwerm van duizenden spreeuwen. Hoe wonderbaar is de natuur.
Verder nog iets? Oh ja. In de Keverdijksche Polder (noordzijde, vijftig meter van de bosrand) staan al twee weken lang elke dag twee à drie reeën te grazen. Nu zie je wel vaker reeën op die plek, maar het komt zelden voor dat het een tijd lang elke dag prijs is.
Sinds het ijs een beetje gesmolten is staan de zilverreigers weer op hun vaste plek in de kreek - hoewel je ze ook steeds vaker in de Gooiboog ziet. Nu ik erover nadenk: de laatste tijd zie ik sowieso geregeld grote zilverreigers op wonderlijke plekken. Nog even en het wordt een algemene vogel.
Hier en daar zijn al ooievaars gesignaleerd (hoewel het vermoedelijk overwinteraars zijn), de zangvogeltjes in de straat beginnen hun territorium af te bakenen en de sneeuwklokjes staan al sinds oud en nieuw in de voortuin. (Dat is overigens het vierde jaar in successie dat ik de eerste sneeuwklokjes in m'n eigen voortuin zie staan. Ha!) Ze mogen dan voor de komende dagen nachtvorst voorspellen, de lente is onderweg.