Jongere lezertjes kunnen het zich misschien niet meer herinneren, maar er was een tijd waarin het done was om op feestjes te zeggen dat je D66 stemde. (Niet op mijn feestjes, overigens. Op mijn feestjes werden self-confessed D66-stemmers bij kop en kont gepakt en met de meest gezwinde spoed geëxtramureerd. Democratie is leuk en aardig, maar ik blijf niet aan de gang. Bovendien had ik zelden mineraalwater in huis.)
Enfin. Die tijd ligt ver achter ons. D66, in '94 nog goed voor 24 zetels, is de afgelopen twaalf jaar door nietszeggendheid, draaikonterij en gebroken verkiezingsbeloftes gereduceerd tot een soort splinterpartij. Een splinterpartij, niettemin, die met haar zes zetels niet te beroerd bleek om in het tweede bruinhemdenkabinet te stappen.
Er volgden jaren van meer nietszeggendheid, meer draaikonterij en meer gebroken verkiezingsbeloftes. D66 heeft zich, laten we het beestje maar bij z'n naam noemen, van alle klanten laten buttfucken door coalitiepartners CDA en VVD. Het zou me zelfs verbazen als de partij bij de volgende verkiezingen de kiesdrempel haalt - tenzij er een wonder gebeurt. Een wonder, bijvoorbeeld, in de vorm van Lousewies van der Laan.
Persoonlijk had ik niet gedacht dat ik het nog ereis eens zou worden met Lousewies, maar vanavond is het dan toch gebeurd. In een interview met NRC maakt de D66-fractievoorzitter haar partij vandaag uit voor 'een gewone Haagse partij, die haar geloofwaardigheid is kwijtgeraakt'.
Ze geeft haar patij zelfs een heuse onvoldoende: 'Ik vind dat we niet eens een 6 halen. Ik vind onszelf een 4.' Over de wijze waarop D66 zich in het debat over de missie naar Afghanistan heeft opgesteld zegt ze: 'Als je dreigt met een kabinetscrisis als de missie doorgaat, moet je dat waarmaken. Het is zo onwaarachtig als je dat niet doet.'
Verrassend openhartig is ze, deze Lousewies. Ik vraag me af of haar partijgenoten haar deze kritiek in dank zullen afnemen. Per slot van rekening zitten ze alweer bijna drie jaar comfortabel met hun toges op het pluche - en ze verraden hun dierbaarste principes om dat zo te houden.
Het zou de democraten sieren, ook in de ogen van hun potentiële kiezers, als ze Balkenende II zouden laten donderen. Maar blijkbaar is de partij zó gehecht aan regeringsdeelname dat de resultaten bij komende verkiezingen er niet toe doen. Dat lijkt me een stuitend geval van kortetermijnvisie, niet bepaald een wenselijke kwaliteit in (aspirant-)bewindslieden.
Maar stel nou, ik zeg stel, dat de partij inderdaad de stekker uit het kabinet zou trekken. Stel, zeg ik, dat de D66-top door het stof gaat, de achterban om genade vraagt en beterschap belooft. Stel dat de partij zich, verjongd en verfrist, in een nieuwe campagne stort met de wijze Lousewies aan kop: misschien is er dan tóch een waterkansje dat D66 de volgende verkiezingen overleeft. En wellicht kan ik dan ook weer eens ongegeneerd een democraat over de drempel kwakken.