Afgezien van het feit dat ik de afgelopen paar dagen weer grote zilverreigers, reeën en lepelaars heb gezien in de Keverdijksche Polder, een zilverplevier in zomerkleed in de Gooiboog en een gezellig putterende troep puttertjes in het distelwoud achter mijn werk, is er deze week (althans in mijn stukje natuur) weinig interessants gebeurd. Vandaar dat ik me even verdiep in een aantal reacties van de afgelopen week.
Op het postje over de verdwenen giezwaluwen, dat ik een paar dagen geleden schreef, is een aantal leuke reacties binnengekomen. Een zekere M te V schrijft: 'Geroosterde muggen is ook niet alles'. En inderdaad: het zou nog wel eens kunnen dat het lange, koude voorjaar en de gruwelijk hete zomer hebben geleid tot een tekort aan insecten, waardoor de gierzwaluwen al een week eerder dan normaal zijn vertrokken. (Maar vraagt u het liever aan een echte bioloog, want ik heb er weinig verstand van.)
Joost Huijsing, programmamaker van Vroege Vogels, vertelde afgelopen zondag op de Fenolijn (van zijn eigen programma, nota bene) dat ook bij hem de gierzwaluwen vertrokken waren. Zijn theorie was dat de jongen door het warme weer eerder groot waren, zodat de trek eerder kon worden aanvaard. Die lezing vind ik, al mijn bedenkingen bij het opwarmen van de planeet ten spijt, een stuk optimistischer.
Miek, die naar eigen zeggen aan de Plantage Muidergracht woont, deelt mijn milde melancholie over het verdwijnen van de gierzwaluwen. 'Vorig jaar waren ze hier al vanaf 24 april', schrijft ze, en verdomd: zo staat het ook in mijn annalen. Toch leuk om te weten dat je niet de enige gek bent die zoiets bijhoudt.
'Je weet hoe je de doortrekkers kunt onderscheiden van de broedvogels toch? Die vogels uit het noorden roepen ‘sreu’ in plaats van ‘srie’', aldus de reactie van onze Thijs. Zøcht.
Verder ontving ik een reactie van Roos op het stukje over de vlinders: 'Ik werk in een kantoor naast een groenstrook en ik zie dagelijks vlinders voorbijkomen, ik had het idee dat het weer wat beter gaat met de vlinders in (midden)Nederland'.
Zelf heb ik ook het idee dat er de afgelopen jaren weer wat meer vlinders te zien zijn, maar dat zou kunnen komen doordat ik, na elf jaar op étagewoningen in Amsterdam te hebben gezeten, de afgelopen vijf jaar een huis met een tuintje in het Gooi heb gehad.
De afgelopen jaren schijnt het in elk geval slechter te gaan met de bijen: de diversiteit in bijensoorten neemt af en tegelijk gaat het slechter met de plantensoorten die van bestuiving door bijen afhankelijk zijn. Met vlinders is, voor zover ik begrijp althans, iets soortgelijks aan de hand: door allerhande maatregelen (ecologisch bermbeheer, inzaaiïng van bloemen aan akkerranden) neemt het aantal vlinders licht toe, maar de diversiteit neemt af doordat het leefgebied van specialistische soorten verloren gaat. Met andere woorden: de koolwitjes redden het misschien wel, maar met het heideblauwtje gaat het rap bergafwaarts.
Afijn. Mocht u door het bovenstaande een tikje neerslachtig geworden zijn, dan raad ik u van harte aan om dit stukje te lezen. Ik ben benieuwd of u het wél droog houdt.