Afgezien van de tenhemelschroeiende temperaturen schijnt er de afgelopen weken nóg een meteorologische constante te zijn: op donderdag gaat het onweren. Dat wordt althans al drie weken beweerd - en al twee donderdagavonden heb ik, zwetend als een paard, in een deck chair op de beloofde wolkbreuken zitten wachten. Vergeefs. En onder ons gezegd en gezwegen: ik heb er weinig fiducie in dat het morgen wél gaat onweren.
Stel je mijn frustratie voor toen ik, afgelopen zaterdag, in Utrecht een paar miezerige spatjes op mijn neus kreeg en later vernam dat het in Amsterdam gehoosd had. En dat terwijl ik nota bene oorspronkelijk van plan was geweest om naar Amsterdam te gaan! Zo zie je maar weer: in Amsterdam gebeurt het. (En in Purmerend. En in Eelde. Maar in elk geval niet in Utrecht.)
Zoetjesaan begin ik me af te vragen of aan de voorspellingen van het KNMI niet een kinderachtig bijgeloof ten grondslag ligt: op donderdag gaat het donderen. In elk geval heb ik de afgelopen weken nog geen duidelijk onderbouwd bewijs voor die stelling gezien. Maar om het zekere voor het onzekere te nemen heb ik de komende twee dagen vrij genomen. En ik blijf de buienradar, de satellietbeelden en de bliksemradar op de voet volgen. Waar de komende twee dagen onweer is, daar ben ik ook. Al moet ik ervoor naar Keulen. En naar Aken. Op één dag.