Het weerbericht voorspelde onstuimig weer, gistermorgen. Ik houd van onstuimig weer. Ik houd ook van het woord onstuimig. Het werkt op mijn lachspieren. Vooral de gedachte dat je, desgewenst, ook stuimig zou kunnen zijn, is hilarisch. 'De agent complimenteerde de chauffeur met zijn stuimige rijgedrag.' Beter nog: 'Het demonteren van een vliegtuigbom eist, naast vakkennis, de grootst mogelijke stuimigheid.' Ziedaar twee woorden die onze taal ontbeert.
Zo heb ik me ook wel eens afgevraagd hoe het zit met beschoftheid. Goed: we weten allemaal wat ónbeschoftheid is. Maar is onbeschoftheid het tegendeel van beschoftheid? Eens kijken... 'Een goed diplomaat weet, zelfs tegen staatshoofden van vijandige mogendheden, altijd de nodige beschoftheid in acht te nemen.' Hmmm. Nog een poging: 'De ouders van Marie-Cécile beschouwden Jan-Jaap als een goede partij. Niet alleen was hij jong, knap en vermogend, ook was hij een voortreffelijk causeur en toonde hij zich in gezelschap uitermate beschoft.' Nee. Ik denk niet dat dat gaat werken.
Maar goed, ik had het over het weer. Temidden van de door het KNMI beloofde onstuimigheid stond ik gisteravond te schuilen bij station Zuid-WTC. Het ging er ruig aan toe. De slagregens schoven als gordijnen tussen de torens van het wereldhandelscentrum door. Forensen probeerden driftig hun binnenstebuiten geblazen paraplu's weer in het gareel te krijgen. Het was blusterig weer, vond ik.
Blusterig. Het Engels kent het woord blustery: 'blustery wind' of 'blustery showers'. Zelfs zonder de exacte betekenis [stormachtig, winderig] van het woord te kennen weet je meteen wat het betekent. Een nuttig woord. Maar het Nederlands - ik zeg het niet graag - blijft in gebreke. Ik heb het opgezocht in Van Dale. Tussen 'blusstof' en 'blustoestel' gaapt een leegte. Een leegte die, wat mij betreft, niet vlug genoeg kan worden gevuld. Door het onomatopeïsche* karakter van het woord is het ook voor nieuwe Nederlanders makkelijk te onthouden: 'Ies blusterig vandaag menier, ja?'
Lezers, ik weet niet wanneer de volgende druk van Van Dale verschijnt, maar als we met z'n allen ons best doen moet het mogelijk zijn om het woord 'blusterig' aan de Nederlandse taal toe te voegen. Ik val aan, volg mij.
*) Ik kom in de verleiding om me af te vragen of onomatopeïsch het tegendeel is van omatopeïsch, maar omwille van uw en mijn geestelijke gezondheid laat ik dat onderwerp liever rusten.
De Nedersaksische streektalen kennen, evenals het Fries (Frysk) het woord “Bluisterig” (Bluisterich) in de betekenis “onstuimig” [...] en “winderig”, verder opzichtig, opgewonden, wild, overstuur. Ik herinner me bijvoorbeeld de dominee van Jordwerd (Jorwert) die desgevraagd opmerkte dat hij vond dat het boek van Geert Mak een wat “bluisterige titel” had.
Wijs ik nog even op het gebruik van de woorden “guur” en “onguur”
voorbeeldzin: – bij de uitgang van de metro had zich een (on)guur type opgesteld – het (on)gure weer dwong ons de gehele herfstvakantie bij de kachel door te brengen.
Of je nu “guur” leest of “onguur”, beide zinnen betekenen hetzelfde.
Ernst - 26 Oktober '06 - 00:24
Dat van die Nedersaksische streektalen klopt. In het Deventers dialect schijnt zelfs het woord ‘blusterig’ te bestaan. (Uiteraard heb ik dat niet zelf bedacht – mijn kennis van het Deventers is nihil – maar gegoogeld. Of is het ontgoogeld? De pagina waarop de verwijzing stond is helaas foetsie.) Verder schijnt ‘blustery’ te zijn afgeleid van het oud-Duitse woord ‘blüsteren’.
Er zijn wel meer voorbeelden te bedenken van woorden als ‘onguur’, als schiet me er niet dadelijk een te binnen. Verder is het zo dat veel mensen de semantische lading van het voorvoegsel ‘on-’ niet (willen) kennen. Ikzelf, bijvoorbeeld, kan soms ijzerenheinig met iets doorgaan terwijl iedereen – ten onrechte, uiteraard – zegt dat het onmogelijk is. Dat doet me denken aan de wijze woorden van Herman Finkers:
‘Het is ondoenlijk, zonder meer
Maar ja, ondoenlijk is ook doenlijk
Want onweer is ook weer’
Hé,mijn bijdrage staat er al!
En, kleine aanvulling: als ik me goed herinner, beschreef de dominee van de kerkgemeente, waar Jorwerd onder valt, het boek van Geert Mak over die plaats ‘wat bluisterig’. In een documentaire.
RMA-W - 26 Oktober '06 - 08:35
Tussen de woorden plaats en ‘wat bluisterig’ vergat ik het woordje ‘als’
RMA-W - 26 Oktober '06 - 08:38
Hebben we op je vorige blog niet gediscussieerd over de contextgebonden prefixinversie? Bijvoorbeeld in de zin “Fraai is dat!”, waar je natuurlijk bedoelt “Onfraai is dat.”
Ernst - 26 Oktober '06 - 10:18
En natuurlijk de cocntextgebonden suffixinversie: “Door een foutje van de minister bleek de gevangenis niet brandveilig”, waar natuurlijk wordt bedoeld: een grote fout van de minister.
De Nedersaksische streektalen kennen, evenals het Fries (Frysk) het woord “Bluisterig” (Bluisterich) in de betekenis “onstuimig” [...] en “winderig”, verder opzichtig, opgewonden, wild, overstuur. Ik herinner me bijvoorbeeld de dominee van Jordwerd (Jorwert) die desgevraagd opmerkte dat hij vond dat het boek van Geert Mak een wat “bluisterige titel” had.
Wijs ik nog even op het gebruik van de woorden “guur” en “onguur”
voorbeeldzin: – bij de uitgang van de metro had zich een (on)guur type opgesteld – het (on)gure weer dwong ons de gehele herfstvakantie bij de kachel door te brengen.
Of je nu “guur” leest of “onguur”, beide zinnen betekenen hetzelfde.
Ernst - 26 Oktober '06 - 00:24
Dat van die Nedersaksische streektalen klopt. In het Deventers dialect schijnt zelfs het woord ‘blusterig’ te bestaan. (Uiteraard heb ik dat niet zelf bedacht – mijn kennis van het Deventers is nihil – maar gegoogeld. Of is het ontgoogeld? De pagina waarop de verwijzing stond is helaas foetsie.) Verder schijnt ‘blustery’ te zijn afgeleid van het oud-Duitse woord ‘blüsteren’.
Er zijn wel meer voorbeelden te bedenken van woorden als ‘onguur’, als schiet me er niet dadelijk een te binnen. Verder is het zo dat veel mensen de semantische lading van het voorvoegsel ‘on-’ niet (willen) kennen. Ikzelf, bijvoorbeeld, kan soms ijzerenheinig met iets doorgaan terwijl iedereen – ten onrechte, uiteraard – zegt dat het onmogelijk is. Dat doet me denken aan de wijze woorden van Herman Finkers:
‘Het is ondoenlijk, zonder meer
Maar ja, ondoenlijk is ook doenlijk
Want onweer is ook weer’
Stof tot nadenken genoeg, dunkt mij.
Ko (URL) - 26 Oktober '06 - 04:02
Hé,mijn bijdrage staat er al!
En, kleine aanvulling: als ik me goed herinner, beschreef de dominee van de kerkgemeente, waar Jorwerd onder valt, het boek van Geert Mak over die plaats ‘wat bluisterig’. In een documentaire.
RMA-W - 26 Oktober '06 - 08:35
Tussen de woorden plaats en ‘wat bluisterig’ vergat ik het woordje ‘als’
RMA-W - 26 Oktober '06 - 08:38
Hebben we op je vorige blog niet gediscussieerd over de contextgebonden prefixinversie? Bijvoorbeeld in de zin “Fraai is dat!”, waar je natuurlijk bedoelt “Onfraai is dat.”
Ernst - 26 Oktober '06 - 10:18
En natuurlijk de cocntextgebonden suffixinversie: “Door een foutje van de minister bleek de gevangenis niet brandveilig”, waar natuurlijk wordt bedoeld: een grote fout van de minister.
Ernst - 26 Oktober '06 - 10:20
Al eens gedacht aan beschoft=beschaafd ?
Leeuw - 26 Oktober '06 - 13:05
Toe nou, Leeuw, laten we het spannend houden.
Ko (URL) - 26 Oktober '06 - 15:35