Hyperlinks weblog
« Papieren spam -  » Uiteraard had ik geen… - Home

18 December '06 - 15:17, Ko

Natuur vandaag (97)
Bij het oude huis in Hilversum waren we wat tuinvogels betreft niet slecht bedeeld. Het was er een komen en gaan van kool- en pimpelmezen, vinken, huismussen, turkse tortels, houtduiven en merels. In de boom voor het huis zat zo nu en dan een grote bonte specht en 's zomers zweefden er massa's gierzwaluwen boven het huis. In de coniferen van de buren zaten zelfs goudhaantjes, al kwamen we daar pas achter toen er eentje door de poes naar binnen werd gesleept. En natuurlijk waren er kauwen, kraaien, eksters en gaaien.

In mijn Amsterdamse tuin is het vogelleven zo mogelijk nog gevarieerder. Naast bovengenoemde soorten zie ik er geregeld groenlingen. De sleedoorn trekt zanglijsters en koperwieken, soms knalt er zelfs een sperwer doorheen. Mijn buren houden stug vol dat er 's zomers nachtegalen in onze buurt zitten, al heb ik ze er nog niet gezien. Alleen met de gierzwaluwen wil het niet zo vlotten, bij gebrek aan loszittende dakpannen.

Hoe dan ook: gisteren begon ik vol goede moed aan de nationale tuinvogeltelling, die afgelopen weekend door de Vogelbescherming werd georganiseerd. Ik pootte mijn leunstoel op een strategische plek voor het raam, zette een pot thee en legde pen, papier en verrekijker op de salontafel. Voor de zekerheid legde ik zelfs de vogelgids in de vensterbank - je weet immers maar nooit. De bedoeling was om een uur lang alle vogels te inventariseren die je in je tuin waarneemt. Het leek goed te beginnen: in de sleedoorn zat juist een dikke merel. Ik plofte in de stoel en zette mijn eerste turfje. En wachtte.

Op ieder willekeurig moment zitten er tenminste vijf vogels tegelijk in mijn tuin. Maar tijdens de tuinvogeltelling lieten ze het massaal afweten. Het was alsof ze het wisten. Een kwartier verstreek en nog stond er op mijn kladblok enkel 'Merel - 1'. Ik schonk een kop thee in. En wachtte.

Na nog eens vijf minuten betrapte ik mezelf op de neiging tot valsspelen. Als ik nou eens de overvliegende vogels zou gaan noteren? O, er vlogen aan de lopende band vogels over de tuin: vinken, spreeuwen, eksters, kokmeeuwen, een verdwaalde aalscholver en zelfs een sperwer. Maar er was er niet een die in de tuin ging zitten, dus mocht ik ze niet tellen. In de instructies stond niet voor niets: 'Vogels die slechts over de tuin heen vliegen hoeft u niet mee te tellen.' Dat heb ik dan ook maar niet gedaan. Per slot van rekening moest het een wetenschappelijke telling worden.

Na vijfentwintig minuten werd het frustrerend. Er fladderde een houtduif voorbij. Ik sprong op uit de leunstoel en begon wild te gesticuleren: 'Ga dan zitten, bastaard! Zit dan toch, kreng!' Of de duif me gehoord heeft kan ik niet zeggen, luisteren deed hij in elk geval niet. Ik viel terug in mijn stoel, zuchtte eens diep en schonk nog maar een kop thee in.

Eindelijk, na een half uur, streek er een vink neer, helemaal in de top van de sleedoorn. 'Kjuup!', zei de vink, en nog eens 'kjuup!'. Om iets te doen te hebben greep ik de verrekijker en bestudeerde de vink aandachtig. Het was een mannetje. Als ik me niet vergis speelde er een gemene grijns rond zijn snavel. Als je met een vleugeltje een lange neus kon maken had hij het zeker gedaan. In plaats daarvan vloog hij weer op.

Maar de ban was gebroken. In de minuten die volgden kon ik een Turkse tortel noteren, daarna nog vier, en aan het eind van een uur tellen had ik toch een aardige lijst: vier koolmezen, vijf Turkse tortels, negen vinken, vier merels, vier spreeuwen, een pimpelmees en een Vlaamse gaai. Ik repte me naar mijn laptop om de telgegevens in te voeren. Daarna raadpleegde ik nog een keer de telinstructies. 'Heeft u geen tuin of balkon,' stond er, 'zoek dan een mooie plek in een park in de buurt.'

De neiging tot smokkelen werd almaar sterker. 'Strikt genomen', sprak het duiveltje op mijn linkerschouder, 'is de tuin van de huisbaas en niet van jou. Dus heb je geen tuin. En er zijn ook mensen met hele grote tuinen. Die zien vast veel meer vogels dan jij. Dat is toch niet eerlijk? Daarnaast zijn er in Zuidoost niet heel veel mensen die vogels tellen. Je kunt het toch van iemand 'overnemen'? Het kan toch niet zo heel veel kwaad om even in het park te gaan kijken? Je hoeft immers niet per se te tellen. Ah toe, ga alleen maar even kijken!'

Het kwaad was geschied. Ik zette nog een pot thee, schouderde mijn rugzak en trok met verrekijker, vogelgids en opschrijfboekje naar het Bijlmerpark. Het Bijlmerpark (had ik dat al eens opgeschreven?) is een van de grote onontdekte schatten van Amsterdam. Door jarenlange stelselmatige verwaarlozing is het een heel natuurlijk park geworden, waar een zeer gevarieerd vogelleven is ontstaan. (Nu dat eenmaal zover is wil het stadsdeel er uitgebreid gaan kappen om 780 woningen neer te zetten, trouwens, maar daarover een andere keer meer.)

In het park kon ik natuurlijk overal gaan zitten, maar ik wilde niet zomaar een plekje, ik wilde vogels tellen. Liefst flink wat. En liefst flink wat verschillende ook. Ik zocht dus zorgvuldig naar de plek met het meest gevarieerde uitzicht. Uiteindelijk koos ik voor een bankje aan het Reigersbospad, tegenover het natuurterrein De Riethoek. Vanaf mijn bankje had ik uitzicht op een paar grasveldjes, losse bomen, dichtbeplante bosschages, wat ruig terrein en, heel belangrijk, een paar waterpartijen. Als ik hier niet veel verschillende vogels zou zien, waar dan in vredesnaam wel?

Het was druk in het park. Op een modderig trapveldje speelden twee Surinaamse teams hun wekelijkse match. Afrikaanse en Nederlandse gezinnen maakten hun zondagswandeling, de Afrikanen met grote bijbels onder de arm, de Hollandse dames sterk geurend naar eau de cologne. Er werd gejogd, er werd gefietst, er werden honden uitgelaten. En er werden vogels geteld. In een uur telde ik zestien kauwen, vijf eksters, zeven koolmezen, vier kokmeeuwen, een aalscholver, zes kraaien, drie roodborstjes, zes houtduiven, zeven merels, zeven wilde eenden, twee grote bonte spechten, een Vlaamse gaai, een vink, drie winterkoninkjes, een halsbandparkiet, achttien meerkoeten, twee soepeenden, twee knobbelzwanen, een blauwe reiger, drie futen en drie waterhoentjes.

Zo. Dat leek er meer op. 21 soorten op een uur, en dat in een stadspark. Vijftig meter verderop, wist ik, zaten nog goudhaantjes in de dennen. Ik was er juist nog langsgelopen. Maar ik weerstond de neiging om ze op te schrijven: per slot van rekening had ik genoeg gesmokkeld.

Nou ja, genoeg... Toen ik gisteravond voor de tweede keer mijn telgegevens opvoerde op de website zorgde ik natuurlijk wel dat ik ook voor de tweede keer meedong naar de prijzen die de Vogelbescherming verlootte. Kom op zeg, ik ga niet voor Jan Lul zitten tellen!


  
Persoonlijke info onthouden?

/ Textile

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.