Over de afgelopen winter kunnen we kort zijn: die leek nergens op. De schaatsen zijn niet uit het vet gekomen, de sneeuw smolt zodra ik mijn voordeur opendeed en nog voordat het überhaupt bij me opkwam om een ferme stamppot te bereiden stonden de narcissen alweer in bloei. Jammer dan.
Maar zie: het wordt warmer en de dagen beginnen te lengen. Typisch zo'n moment om je ballen weer eens af te stoffen. Dus hebben Daniël en ik afgelopen week besloten om het pétanqueseizoen te openen. En dat werd tijd.
Werkstress, voorjaarsmoeheid, depressies: nothing a game of pétanque won't fix. Mot met je baas of je partner? Een uur of twee, drie smijten met stalen kogels van anderhalf pond en je kunt de hele wereld weer aan. Daniël beweert zelfs dat het spel een diepere, kosmische dimensie heeft. En als ik de boules op het grind zie liggen, als planeten in een zonnestelsel, de but verduisterd als tijdens een totale eclips, ben ik geneigd om hem gelijk te geven. Vooral als we er iets bij te drinken hebben.
Vorige week zondag speelden we op het Jonas Daniël Meijerplein, een van onze favoriete stekken. En tot mijn genoegen kan ik zeggen dat ik Daniël heb ingemaakt.