Het is nu een jaar of acht geleden dat ik me voor de natuur ben gaan interesseren. Niet dat ik daarvoor nooit in de natuur te vinden was, hoor. Sterker: ik was niet uit bos, duin, hei en wei weg te slaan. Maar mijn natuurliefde beperkte zich tot de appreciatie van een mooi landschap. En iets erbij te drinken, uiteraard. Dat veranderde abrupt toen ik tijdens een wandeling rond Marken door mijn broer op een aalscholver gewezen werd. Nu wist ik heus wel dat er aalscholvers bestonden. In The Meaning of Life vraagt John Cleese immers op barse toon wie de schoolaalscholver met lijnzaadolie heeft ingesmeerd. Maar hoe zo'n beest eruit zag had ik me nog nooit afgevraagd.
Nog geen week later schafte ik een verrekijker en een vogelgids aan. Bij het doorbladeren van de gids drong de volle omvang van mijn onwetendheid tot me door. Waar moest ik in vredesnaam beginnen? Er waren simpelweg teveel verschillende vogels. De gedachte dat ik ooit een rotgans van een brandgans zou leren onderscheiden, dat ik ooit een grauwe kiekendief, een grote zilverreiger of zelfs maar een dodaars in levenden lijve zou zien, kwam me als absurd voor.
Ik stortte me op de materie met de ijver van een bekeerling. En tot mijn eigen verbazing bleek het determineren van vogels eenvoudiger - en leuker - dan ik ooit had durven hopen. Kijker en gids gingen op alle wandelingen mee. En die wandelingen gingen meer en meer naar vogelgebieden. In no time had ik een respectabele 'lijst' opgebouwd. Toen mijn schoonvader me bovendien leerde om vogelgeluiden te herkennen was het hek helemaal van de dam. Een paar jaar lang heb ik over niets anders dan vogels gelezen, gedacht en gepraat. Vrienden, kennissen en collega's werden er tureluurs van.
Inmiddels is de vogelmanie een beetje betijd. Nog steeds trek ik er zodra het maar even mogelijk is met kijker en gids op uit, maar het obsessieve is eraf. Gelukkig heb ik me nooit ontwikkeld tot zo'n loser die het halve land doorrijdt omdat er ergens een bijeneter of een lammergier is gesignaleerd. Een woudaap of een roodhalsgans kom ik vanzelf nog wel eens tegen. Of niet. Bovendien amuseer ik me nog altijd opperbest met het gedoe van de huismussen en spreeuwen in het winkelcentrum. Het is goed zo.
Maar ik heb een nieuwe uitdaging. Een maand of wat geleden heb ik een bloemengids en een bomengids aangeschaft. Opnieuw bekroop me bij het inzien van beide gidsen een verpletterend gevoel van onwetendheid. Hoe moest ik ooit meer dan 1500 verschillende plantensoorten uit elkaar leren houden? Maar door mijn ervaring met vogels heb ik geleerd om dicht bij huis te beginnen. Dus heb ik op een mooie middag maar eens al het onkruid in mijn achtertuin gedetermineerd. Gelukkig stond er genoeg.
Ik heb er verbazend veel van opgestoken. Niet alleen leerde ik het groot robertskruid, de kleine veldkers en de muurleeuwebek kennen, ik moest me ook een hele nieuwe terminologie aanleren. Hauwtjes, kroonbladeren, kiel en zwaarden: nog iedere dag kom ik nieuwe woorden tegen.
De afgelopen winter heeft het 'karwei' een beetje stilgelegen. Maar nu het onkruid weer enthousiast de kop opsteekt en nog in bloei staat op de koop toe, ben ik opnieuw begonnen. Nog steeds lijkt het me een onmogelijkheid om alle soorten te leren onderscheiden. Maar met een beetje beleid en een redelijke gids kom je een heel eind. Aan de ene kant is het determineren van planten moeilijker dan dat van vogels. De verscheidenheid is veel groter en de soorten lijken vaak stuitend veel op elkaar. Aan de andere kant blijft een plant tenminste stilzitten terwijl je hem bekijkt, dus kun je er rustig de tijd voor nemen.
Voorlopig heb ik me ten doel gesteld om elke dag één of twee plantjes te determineren. Dat schiet niet op, zou je zeggen, maar in een half jaar leer je op die manier toch al gauw zo'n twee- à driehonderd soorten kennen. Als ik 's morgens naar mijn werk ga, struin ik onderweg naar de metro even door de berm, op zoek naar een plantje dat ik nog niet ken. Als ik er een vind, fotografeer ik het (zo komt die macrofunctie op mijn camera ook nog eens van pas) en ga het in de metro zitten determineren. De meewarige blikken van mijn medepassagiers neem ik daarbij voor lief.
De hersenen werken op een vreemde manier. Een natuurgids kan je tijdens een rondleiding wel vijftig soorten aanwijzen, je onthoudt er hoogstens een paar van. Maar als je een plant eenmaal zelf hebt gedetermineerd vergeet je hem niet zomaar meer. Bovendien leer je veel door het elimineren van soorten die er sterk op lijken. De afgelopen week heb ik een stuk of vijftien, twintig soorten aan mijn 'verzameling' toegevoegd. Akkerereprijs, klein kruiskruid, hondsdraf en steenraket: ik kan ze allemaal aanwijzen.
Er is maar één beperkende factor: als ik in mijn huidige tempo doorga is er straks geen soort meer over om te determineren. En de vraag is wat ik dán moet doen. Gelukkig heb ik nog een tijdje om daar over na te denken.
Onkruid is geweldig spul. Ik heb me er altijd over verbaasd hoe je een stuk van je tuin leeg kunt laten en hoe het dan vanzelf groeit. (Ik ben dan ook wel iemand met een afkeer van strak aangelegde designertuintjes, of mensen die het fijn vinden hun complete achtertuin te asfalteren.) Een vriendin van mij heeft onlangs een microscoop aangeschaft en legt daar alles onder wat ze maar vinden kan – en maakt dan een foto. Misschien een idee voor als je door het onkruid heen bent? ;)
Wolken! Probeer wolken!! Afgelopen zomer, tijdens de grootste hittegolf die Wales ooit heeft gezien, kocht ik in Aberyswyth The Cloudspotter’s Guide van Gavin Pretor-Piney.
Voordeel: als je een beetje handigheid krijgt in het determineren van wolken, weet je ook of het weer is om het onkruid water te geven.
Ernst - 08 April '07 - 21:43
“Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft !”
Guido Gezelle 1830-1899
Karin () - 10 April '07 - 15:49
Wat dacht je van insecten ?
Leeuw - 11 April '07 - 10:59
Schelpen! Die kunnen ook nog :)
Krijg acuut heimwee naar de Pabo. Daar moesten we bomen, planten, bloemen en schelpen leren :) We hadden er zelfs tentamens voor!
Er een paar duizend soorten paddestoelen in nederland.
Van sommige paddestoelensoorten is niet eens bekend of ze hier voorkomen. Werk aan de winkel dus. Dan is er ook nog veel goeds te doen als je je specialiseert in bv de verguisde LBMs (Little Brown Mushrooms). Het is maar een idee…
Tegen de tijd dat je die allemaal kent is het wel tijd voor de echte oude-heren-hobbie MOSJES! Lekker rond-scharrelen op oude begraafplaatsen met je loepje. Nee jij kunt nog wel een tijdje vooruit hoor!
Onkruid is geweldig spul. Ik heb me er altijd over verbaasd hoe je een stuk van je tuin leeg kunt laten en hoe het dan vanzelf groeit. (Ik ben dan ook wel iemand met een afkeer van strak aangelegde designertuintjes, of mensen die het fijn vinden hun complete achtertuin te asfalteren.) Een vriendin van mij heeft onlangs een microscoop aangeschaft en legt daar alles onder wat ze maar vinden kan – en maakt dan een foto. Misschien een idee voor als je door het onkruid heen bent? ;)
Ninthe () (URL) - 08 April '07 - 20:00
Wolken! Probeer wolken!! Afgelopen zomer, tijdens de grootste hittegolf die Wales ooit heeft gezien, kocht ik in Aberyswyth The Cloudspotter’s Guide van Gavin Pretor-Piney.
Voordeel: als je een beetje handigheid krijgt in het determineren van wolken, weet je ook of het weer is om het onkruid water te geven.
Ernst - 08 April '07 - 21:43
“Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft !”
Guido Gezelle 1830-1899
Karin () - 10 April '07 - 15:49
Wat dacht je van insecten ?
Leeuw - 11 April '07 - 10:59
Schelpen! Die kunnen ook nog :)
Krijg acuut heimwee naar de Pabo. Daar moesten we bomen, planten, bloemen en schelpen leren :) We hadden er zelfs tentamens voor!
Chell (URL) - 12 April '07 - 13:45
Er een paar duizend soorten paddestoelen in nederland.
Van sommige paddestoelensoorten is niet eens bekend of ze hier voorkomen. Werk aan de winkel dus. Dan is er ook nog veel goeds te doen als je je specialiseert in bv de verguisde LBMs (Little Brown Mushrooms). Het is maar een idee…
Tegen de tijd dat je die allemaal kent is het wel tijd voor de echte oude-heren-hobbie MOSJES! Lekker rond-scharrelen op oude begraafplaatsen met je loepje. Nee jij kunt nog wel een tijdje vooruit hoor!
heiruiter () - 20 April '07 - 15:31