Hyperlinks weblog
« Ontmoedigingsbeleid -  » Exodus 20 ve's 12 - Home

27 Mei '07 - 13:35, Ko

Stekeligheden



Een jaar of elf, twaalf geleden kampeerde ik met mijn broer op de Glen Nevis Campsite bij Fort William. Het weer was zoals je dat in Schotland mag verwachten, de storm joeg de ene regenvlaag na de andere tegen de tent. Vanwege het hondeweer hadden we besloten om niet af te wassen - al was het zeer de vraag of we dat bij mooi weer wel zouden hebben gedaan - en direct na het eten in de tent te gaan liggen. De vuile vaat hadden we zolang onder het tentzeil gezet.

Rond een uur of twee werden we wakker van een afschuwelijk kabaal. Er was geen twijfel mogelijk: iemand was onder het tentzeil door tussen onze spullen aan het rotzooien. Waarschijnlijk probeerde hij (zij?) onze dure pannenset of de MSR-brander te klauwen. Mijn broer en ik keken elkaar even aan, voor zover dat mogelijk was in het stikdonker. Ik maakte een gebaar dat zowel 'Ssst!' als 'Wacht maar eens even' betekende. Uiterst voorzichtig pakte ik de zaklantaarn en kwam zonder enig geluid te maken overeind. Vervolgens ritste ik razendsnel de tent open, klaar om de bandiet op zijn falie te timmeren.

Tussen de pannen, waar ik verwacht had de handen van een grijpgrage Brit te zien, zat een egel. De egel was niet half zo verrast als ik. Hij keek me even gramstorig aan en ging vervolgens doodgemoedereerd verder met het leegeten van onze vuile pannen. We hebben er smakelijk om gelachen, maar uiteindelijk hebben we de egel voor zijn eigen bestwil (en onze nachtrust) uit de tent gezet.

Egels zijn in het geheel niet schuw. Door hun dikke, stekelige pantser wanen ze zich onkwetsbaar, een misvatting die ze overigens geregeld met de dood moeten bekopen op onze autowegen. Daarnaast voeden ze zich met slakken, eieren, wormen, kevers, spinnen en macaroni met kaassaus, prooien die over het algemeen niet op de loop gaan voor een luidruchtige predator. De kunst van het sluipen is ze dan ook volkomen vreemd. Er zijn weinig nachtdieren die zo'n herrie maken als de egel.

Afgelopen week zat ik 's nachts in de tuin en hoorde geritsel in het struikgewas. Eerst dacht ik dat een van de buurkatten op muizenjacht was, maar daarvoor hield het geritsel te lang aan. Voor merels was het te laat. Er was maar één conclusie mogelijk: ik had een egel in de tuin. En verdomd: tussen de struiken bij de schutting zat een egel in de dorre blaadjes te grutten. Ik wenste de egel goedenavond en liet hem weer aan zijn beslommeringen over.

Door de herrie kon ik precies horen waar de egel zich bevond. Op een gegeven ogenblik hoorde ik hem door de tuin van de buren kruipen. Eigenlijk kon ik dat niet uitstaan, maar zo'n beest gaat zijn eigen gang. Niks aan te te doen. Vijf minuten later hoorde ik de egel weer in mijn eigen tuin rotzooien. Onder de salie, deze reis, waar het altijd krioelt van de lieveheersbeestjes en andere kevertjes. Ik ging nog maar eens een kijkje nemen.

Tot mijn stomme verbazing zaten er onder de salie niet één, maar twee egels: een ouder/verzorger en een jong. Ze deden zich luid snuivend, knorrend en smakkend tegoed aan de kevers, en blijkbaar had het jong de slakken ontdekt, die rondkropen op het loof van de blauwe druifjes. Terwijl ik ze stond aan te gapen (en en passant een foto nam) hielden ze even op met hun bezigheden, maar toen ik me weer op het bankje had geposteerd gingen ze verder alsof ze me nooit hadden gezien. Zeker tien minuten lang zat ik met innig welgevallen naar mijn egels te staren. Wie heeft er in Amsterdam nou twee egels in z'n achtertuin?

Wat zeg ik? Twee? Uiteindelijk bleken het er drie te zijn. Terwijl de eerste twee egels bezig waren mijn salie leeg te snoepen, ritselde er nog een derde egel door de ruige hoek achter de varen. Een kwartier lang was ik de gelukkigste man van Amsterdam.

Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, bezorgde ik huis-aan-huisblaadjes, een baantje waarvoor ik geregeld 's avonds bij donker door het dorp liep. Vaak kwam ik op zo'n avond een egel tegen, die midden op de weg aan het scharrelen was en geen aanstalten maakte om naar de kant te gaan. Om te voorkomen dat zo'n egel bij zijn bezigheden zou worden platgereden probeerde ik hem dan op te pakken en aan de andere kant van de straat tussen de struiken te zetten. Na veel onhandig gemanipuleer (waarbij de egel voortdurend probeerde zich op te rollen) ontdekte ik dat egels aan de onderkant een zacht vachtje hebben, waardoor je ze van onderen kunt optillen. Dat ik daarbij nooit gebeten ben mag een wonder heten, maar goed.

Hoe dan ook: volgens mij heb ik op die manier zeker een dozijn egels gered. Of het was steeds dezelfde, dat kan ook. En hoe onwaarschijnlijk het ook is: ik mag graag fantaseren dat de egels in mijn achtertuin nakomelingen zijn van de door mij geredde egels. Dat hoeft, zoals gezegd, niet waar te zijn. Maar het levert in elk geval een mooie afsluiting op voor dit stukje.

Je verhaal doet me denken aan de egel in de tuin van een kennis. Die kennis had bij wijze van vijver ook een plastic metselkuip in zijn tuin ingegraven, en daarin verzoop de egel, omdat hij vanuit het water niet niet meer op de ‘wal’ kon krabbelen.

Hier in Rotterdam heb ik ook een egel. In mijn tuin :) Ook beretrots op en het is het perfecte excuus om de tuin “rommelig” te laten zodat meneer of mevrouw egel lekker kan verder scharrelen.

Ach wat triest. En je zou toch denken dat ze bleven drijven, met al die satéprikkers in hun rug. Onder wildroosters plaatsen ze tegenwoordig schuine planken bij wijze van ‘trappetjes’, zodat kleine zoogdieren en reptielen die in het gat kukelen er ook weer uit kunnen. Mocht ik ooit een vijver aanleggen (waarom in godsnaam, trouwens?) dan denk ik dat ik er ook zo’n plank in plaats.

Het egelavontuur in Fort William was met Erik S. en niet met mij.

Maar over de natuur in Groot Brittannië: vanavond begint Sprinwatch.

Ik heb in mijn tuin een vijver met een ‘keienladder’ waarlangs alle gespuis weer naar boven kan klimmen. Ik heb alleen nog nooit een egel waargenomen in de buurt. Wellicht komen ze er niet voor.

Mooi verhaal Ko. Het laatste deel was een feest van herkenning trouwens. Ook ik haalde de egels die zich in te drukke delen van Noordwijk ophielden weg. Met behulp van een oude krantentas en een korstondige hardhandigheid – ik had van de boswachter geleerd dat een egel het niet fijn vindt om aan zijn stekels te worden opgetild, maar er zeker geen letsel aan overhoudt – plaatste ik ze in de krantentas en reed ze naar veilige grond. Prachtige beesten, egels.


  
Persoonlijke info onthouden?

/ Textile

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.