Hyperlinks weblog
« Kutavond -  » En à propos, waar bli… - Home

09 Oktober '07 - 09:07, Ko

Opkomst en ondergang van Landmans Welvaren
In het dorp waar ik vandaan kom stond vroeger een café dat Landmans Welvaren heette. De kroeg stond op een driesprong aan de voornaamste doorgaande weg. Er was dan ook veel aanloop van passerende toeristen. Maar in de lange wintermaanden, wanneer de oostenwind over de polder huilde, was de dorpskroeg het domein van de stamgasten. Dat waren er nogal wat - per slot van rekening was het een Westfries dorp.

De kroegbaas, die Siem Buis heette, was jong maar bekwaam. Hij had tot voor kort in een naburig dorp als barman gewerkt, maar een erfenis had hem in staat gesteld om Landmans Welvaren te kopen. Tot die erfenis behoorde, naast een aanzienlijk geldbedrag, een papegaai. Op het eerste gezicht was het een doodgewone papegaai, met blauwe en gele veren en een grijze snavel. De hele dag zat hij op zijn stok en krabde zich of stootte een paar onsamenhangende klanken uit. Maar deze papegaai kon iets bijzonders: wanneer je hem een ongepelde pinda gaf zong hij het Wilhelmus. Het hele eerste couplet.

Siem had aardigheid in het geval. In een hoek van het café bouwde hij een kooi voor de papegaai. Toen op een avond alle stamgasten in Landmans Welvaren verzameld waren, pakte Siem een ongepelde pinda uit een bakje op de toog en gaf hem aan de papegaai. Het dier verorberde de pinda en zong het Wilhelmus. De gasten vonden het prachtig. In de loop van de avond liep de een na de ander met een pinda naar de kooi, en om het kwartier klonk het Wilhelmus door de kroeg. Maar op een gegeven ogenblik was het nieuwtje eraf en concentreerden de klanten zich weer op hun gesprekken. En op hun borrels, uiteraard.

Toch bewees de papegaai nog goede diensten. Bij internationale voetbalwedstrijden, bijvoorbeeld. Vlak voor de wedstrijd stopte iemand de papegaai een pinda toe, en terwijl het Wilhelmus simultaan uit de televisie en uit de kooi schalde, sprongen de mannen in de houding, hun rechterhand op de borst. De notaris, die in het verzet was geweest, salueerde er bij. Als-ie sjikker was zette hij zijn gleufhoed dwars op zijn hoofd, als een steek. Eén keer heeft Kees Blauw de papegaai op de vierde mei een pinda gegeven, precies toen om twee over acht het volkslied werd gespeeld. Toen heeft de notaris hem hardhandig duidelijk gemaakt dat hij dat beter kon laten.

Het warme seizoen brak aan en er kwamen weer geregeld toeristen in het café. Af en toe demonstreerde Siem het kunstje van de papegaai. Het werd een succesnummer. Vooral de kinderen konden er geen genoeg van krijgen. Steeds opnieuw liepen ze met een pinda naar de kooi en steeds opnieuw zong de vogel het Wilhelmus. Al snel werd de papegaai een attractie: van heinde en verre kwamen de mensen naar Landmans Welvaren om hem te horen zingen. Soms met busladingen tegelijk. Siem deed goede zaken. De pinda's waren niet aan te slepen. Op een dag in juli haalde Siem het oude naambord van Landmans Welvaren van de gevel en hing een nieuw bord op, waarop in sierlijke krulletters 'In d'Papegaeij' stond.

Misschien vond de papegaai alle aandacht leuk. Het kan ook zijn dat hij zijn bekomst kreeg van de pinda's. In elk geval ging het beest ertoe over om te pas en te onpas geheel uit zichzelf het Wilhelmus te zingen. Voor de toeristen (en hun kinderen) was de aardigheid er toen snel af. Een papegaai die het Wilhelmus zingt is immers alleen maar leuk als je hem daar zelf toe hebt aangezet.

Voor de stamgasten was het nog erger. De herfst kwam en de stroom toeristen nam af. De mannen van het dorp hadden de kroeg weer voor zichzelf. Maar het gezang van de papegaai werkte ze op de zenuwen. Steeds vaker moesten ze hun gesprekken onderbreken omdat het afschuwelijke gekrijs alles overstemde. Klaas Bot was de eerste die wegbleef. Siem vernam bij geruchte dat Klaas zijn toevlucht had gezocht in De Roode Leeuw, aan de andere kant van het dorp. Piet Boon volgde, en langzaam maar zeker verdwenen alle stamgasten naar De Roode Leeuw. Toen tenslotte zelfs Kees Blauw er de brui aan gaf was het voorbij.

Siem heeft de kroeg nog twee maanden opengehouden, maar op een kwade nacht in december, terwijl de oostenwind over de polder huilde, heeft hij er de brand in gestoken. Samen met de papegaai kwam hij om in de vuurzee. Over die brand doet een sterk verhaal de ronde. Mijn neef Dirk Bruin, die bij de vrijwillige brandweer zit, houdt bij hoog en bij laag vol dat hij, terwijl de vlammen al uit het dak sloegen, de papegaai nog heeft horen krijsen. Maar de papegaai zong niet het Wilhelmus. Hij zong 'Deutschland über alles'.

Drank, kroeg, fik, korte familienamen,
het lijkt wel een streekroman!

Wel een leuke, eigenlijk.

:)
Mooi verhaal Ko.

mag je vaker doen. Heerlijk.

Prachtverhaal!

En sinds die nacht spookt het vast altijd een beetje in decembernachten met oostenwind op de plek waar Landmans Welvaren ooit stond. Je weet wel, daar bij de driesprong.

(Petje af maëstro.)

Beter het Wilhelmus gezongen door die papegaai, dan dat nieuwe volksdrinklied van Frans Bauer! Laat die gewoon in biertenten blijven schallen…
Toch, ik heb inderdaad als wij laat in de nacht naar huis reden vanuit het WestFriese weleens gedacht dat ik een krijsende dronkaard het Wilhelmus hoorde zingen, maar dat raadsel is nu dus opgelost.

lach dubbelt !

Over kroegen en kakatoes gesproken:
http://www.youtube.com/watch?v=5zHM-gAC6..


  
Persoonlijke info onthouden?

/ Textile

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.