Een woord dat ik in het Nederlands bijna elke dag mis is 'overhoren'. Natuurlijk bestaat dat woord wel in de Nederlandse taal, maar dan alleen in de betekenis van '(het geleerde) ter controle laten opschrijven of opzeggen' of '(personen) een toets afnemen over het geleerde' (Van Dale).
Waar ik op doel is het Engelse werkwoord to overhear, zoals in de zin 'I overheard a conversation'. In het Nederlands bestaat voor dat woord geen sluitende vertaling. Je kunt een gesprek be- of zelfs afluisteren, maar dat vereist een actieve, soms zelfs bemoeizuchtige houding. Aan de andere kant kun je een gesprek opvangen, maar dat gebeurt zonder de licht belangstellende deelname die to overhear suggereert.
In mijn dagelijkse conversatie gebruik ik dan ook geregeld het anglicisme 'overhoren': 'in de lift overhoorde ik een gesprek tussen twee collega's' of 'bij Ikea overhoorde ik een ruzie tussen twee echtelieden van middelbare leeftijd'. Stilletjes hoop ik dat vrienden, familieleden en collega's mijn taalfout overnemen, zodat hij misschien al in de volgende druk van Van Dale kan worden opgenomen.
Aan de slag, mensen!
Is er geen alternatief te verzinnen? “Ik behoorde een gesprek tussen collega’s” of wellicht nog schoner “ik verluisterde een gesprek tussen collega’s”.
Is er geen alternatief te verzinnen? “Ik behoorde een gesprek tussen collega’s” of wellicht nog schoner “ik verluisterde een gesprek tussen collega’s”.
matthijs - 22 Maart '08 - 12:46