Arbeidsvreugde
Het is altijd mooi om te horen hoe een nieuwslezer zijn trieste opsomming van oorlogshandelingen, politieke schandalen, natuurrampen, woningbranden, kroeggevechten, zedenzaken en familiedrama's afsluit met de woorden: 'dit waren de hoogtepunten uit het nieuws'.
Afscheid van een stadspark

'Zuidoost verdient een nieuw Bijlmerpark', juicht het stadsdeel op zijn website. Op 24 april werd door het Dagelijks Bestuur ingestemd met het definitief ontwerp voor het park. Dat betekent dat de vernieuwing van het Bijlmerpark, waarover bijna vijftien jaar is geruzied, vermoedelijk eind dit jaar kan worden gestart.
Voor de deelraad moet dat een hele geruststelling zijn. Want wat de bestuurders op hun website vergeten te vermelden, is dat Zuidoost niet alleen een nieuw park verdient, maar dat Zuidoost ook aan het nieuwe park verdient. De inzet van het stadsdeel is namelijk al jaren dat er in het Bijlmerpark woningen moeten worden gebouwd. Liefst flink wat. Dat lijkt nu te gaan gebeuren: volgens de plannen van architectenbureau Mecanoo moeten er in het park liefst 700 woningen worden gerealiseerd.
Lees verder en reageer op Amsterdam Centraal.
Hoofdzaken van bijzaken scheiden
Kijk: dat er vertrouwelijke stukken van de koningin op straat belanden, zoiets kan gebeuren. En ik begrijp ook best dat de premier daarover vanmiddag een hartig woordje wil gaan praten op het Kabinet van de Koningin. Maar wat ik écht verontrustend vind, is dat Hare Majesteit, die toch een voorbeeldfunctie heeft, heur papier niet recyclet. En zullen we wedden dat daar geen kamervragen over komen?
Dus als de premier vanmiddag klaar is, kan minister Cramer dan nog even langswippen bij het Kabinet van de Koningin om ze eens stevig de oren te wassen?
Merci.
Exodus 20 ve's 12
Een missionaris met een Gooise R
Was bij de kannibalen populair.
Ze zeiden (al ruimschoots voor hun bekering):
"Wat lekker is, dat halen we van ver."
En toch belandde deze vrome man
Niet aanstonds in de klaargezette pan,
Want menseneters hebben veel waardering
Voor iemand die de R niet zeggen kan.
Nog altijd ligt hij niet tussen zes planken
En dat is aan zijn spraakgebrek te danken:
De inboorlingen waren veel te blij
Dat hij, geheel volgens lokale mode,
Bij het behandelen der tien geboden
Steeds "Ee't uw vade' en uw moede'" zei.
Stekeligheden

Een jaar of elf, twaalf geleden kampeerde ik met mijn broer op de Glen Nevis Campsite bij Fort William. Het weer was zoals je dat in Schotland mag verwachten, de storm joeg de ene regenvlaag na de andere tegen de tent. Vanwege het hondeweer hadden we besloten om niet af te wassen - al was het zeer de vraag of we dat bij mooi weer wel zouden hebben gedaan - en direct na het eten in de tent te gaan liggen. De vuile vaat hadden we zolang onder het tentzeil gezet.
Rond een uur of twee werden we wakker van een afschuwelijk kabaal. Er was geen twijfel mogelijk: iemand was onder het tentzeil door tussen onze spullen aan het rotzooien. Waarschijnlijk probeerde hij (zij?) onze dure pannenset of de MSR-brander te klauwen. Mijn broer en ik keken elkaar even aan, voor zover dat mogelijk was in het stikdonker. Ik maakte een gebaar dat zowel 'Ssst!' als 'Wacht maar eens even' betekende. Uiterst voorzichtig pakte ik de zaklantaarn en kwam zonder enig geluid te maken overeind. Vervolgens ritste ik razendsnel de tent open, klaar om de bandiet op zijn falie te timmeren.
Tussen de pannen, waar ik verwacht had de handen van een grijpgrage Brit te zien, zat een egel. De egel was niet half zo verrast als ik. Hij keek me even gramstorig aan en ging vervolgens doodgemoedereerd verder met het leegeten van onze vuile pannen. We hebben er smakelijk om gelachen, maar uiteindelijk hebben we de egel voor zijn eigen bestwil (en onze nachtrust) uit de tent gezet.
Egels zijn in het geheel niet schuw. Door hun dikke, stekelige pantser wanen ze zich onkwetsbaar, een misvatting die ze overigens geregeld met de dood moeten bekopen op onze autowegen. Daarnaast voeden ze zich met slakken, eieren, wormen, kevers, spinnen en macaroni met kaassaus, prooien die over het algemeen niet op de loop gaan voor een luidruchtige predator. De kunst van het sluipen is ze dan ook volkomen vreemd. Er zijn weinig nachtdieren die zo'n herrie maken als de egel.
Afgelopen week zat ik 's nachts in de tuin en hoorde geritsel in het struikgewas. Eerst dacht ik dat een van de buurkatten op muizenjacht was, maar daarvoor hield het geritsel te lang aan. Voor merels was het te laat. Er was maar één conclusie mogelijk: ik had een egel in de tuin. En verdomd: tussen de struiken bij de schutting zat een egel in de dorre blaadjes te grutten. Ik wenste de egel goedenavond en liet hem weer aan zijn beslommeringen over.
Door de herrie kon ik precies horen waar de egel zich bevond. Op een gegeven ogenblik hoorde ik hem door de tuin van de buren kruipen. Eigenlijk kon ik dat niet uitstaan, maar zo'n beest gaat zijn eigen gang. Niks aan te te doen. Vijf minuten later hoorde ik de egel weer in mijn eigen tuin rotzooien. Onder de salie, deze reis, waar het altijd krioelt van de lieveheersbeestjes en andere kevertjes. Ik ging nog maar eens een kijkje nemen.
Tot mijn stomme verbazing zaten er onder de salie niet één, maar twee egels: een ouder/verzorger en een jong. Ze deden zich luid snuivend, knorrend en smakkend tegoed aan de kevers, en blijkbaar had het jong de slakken ontdekt, die rondkropen op het loof van de blauwe druifjes. Terwijl ik ze stond aan te gapen (en en passant een foto nam) hielden ze even op met hun bezigheden, maar toen ik me weer op het bankje had geposteerd gingen ze verder alsof ze me nooit hadden gezien. Zeker tien minuten lang zat ik met innig welgevallen naar mijn egels te staren. Wie heeft er in Amsterdam nou twee egels in z'n achtertuin?
Wat zeg ik? Twee? Uiteindelijk bleken het er drie te zijn. Terwijl de eerste twee egels bezig waren mijn salie leeg te snoepen, ritselde er nog een derde egel door de ruige hoek achter de varen. Een kwartier lang was ik de gelukkigste man van Amsterdam.
Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, bezorgde ik huis-aan-huisblaadjes, een baantje waarvoor ik geregeld 's avonds bij donker door het dorp liep. Vaak kwam ik op zo'n avond een egel tegen, die midden op de weg aan het scharrelen was en geen aanstalten maakte om naar de kant te gaan. Om te voorkomen dat zo'n egel bij zijn bezigheden zou worden platgereden probeerde ik hem dan op te pakken en aan de andere kant van de straat tussen de struiken te zetten. Na veel onhandig gemanipuleer (waarbij de egel voortdurend probeerde zich op te rollen) ontdekte ik dat egels aan de onderkant een zacht vachtje hebben, waardoor je ze van onderen kunt optillen. Dat ik daarbij nooit gebeten ben mag een wonder heten, maar goed.
Hoe dan ook: volgens mij heb ik op die manier zeker een dozijn egels gered. Of het was steeds dezelfde, dat kan ook. En hoe onwaarschijnlijk het ook is: ik mag graag fantaseren dat de egels in mijn achtertuin nakomelingen zijn van de door mij geredde egels. Dat hoeft, zoals gezegd, niet waar te zijn. Maar het levert in elk geval een mooie afsluiting op voor dit stukje.
Ontmoedigingsbeleid

Geachte heer Spielberg,

Een paar dagen geleden ontving ik het verontrustende bericht dat u van zins bent om de avonturen van Kuifje, of Tintin, zoals hij in uw land genoemd wordt, te verfilmen. Het liefst, ongelukkige, zou ik u deze onderneming afraden. De ervaring leert immers dat Amerikaanse verfilmingen van Europese klassiekers bijna steevast een miserabel product opleveren. Maar ik ben een door de jaren getaand man en ik weet dat dit soort initiatieven, zodra de geldmolen eenmaal draait, niet meer zomaar kan worden tegengehouden. Daarnaast ben ik geneigd om u, op grond van prestaties uit het verleden (en dan doel ik voornamelijk op Indiana Jones and the Last Crusade), het voordeel van de twijfel te gunnen. Daarom wil ik u bij deze een paar adviezen aan de hand doen, die de slagingskans van uw project aanzienlijk zullen vergroten.
Het zou, om te beginnen, een vergissing zijn om van Kuifje een Amerikaan te maken. Voor zover Kuifje al een nationaliteit heeft, is hij een Belg. In elk geval is hij een Europeaan. Een Amerikaanse Kuifje is onverteerbaar.
Dan is er de kwestie van de te verfilmen avonturen. Ik weet dat Harrison Ford een dagje ouder wordt en dat River Phoenix niet meer - hm - beschikbaar is. Daarom begrijp ik dat u op zoek bent naar nieuwe avonturen voor nieuwe helden. Maar ik vrees dat een verfilming van De zeven kristallen bollen en De Zonnetempel in uw handen zou uitdraaien op The Temple of Doom zonder Indiana Jones. Uw versie van Het geheim van de Eenhoorn en De Schat van Scharlaken Rackham zou vermoedelijk resulteren in Hook zonder Robin Williams. En een rolprent van Vlucht 714 zou verdacht veel lijken op Close Encounters, maar dan zonder Third Kind. Over Kuifje en het Haaienmeer heb ik het dan nog niet eens gehad.
Niet getreurd, er zijn nog voldoende avonturen over. Kuifje in Tibet zou bijvoorbeeld een schitterende film opleveren. Brad Pitt, die al enige ervaring heeft in die contreien, zou de rol van Kuifje op zich kunnen nemen - mits hij iets aan zijn kapsel doet, uiteraard. En wat te denken van Kuifje en de Picaro's? Wanneer u Hugo Chavez een bril en een snor aanmeet kan hij zo doorgaan voor generaal Tapioca. Als u een beetje opschiet is er nog net voldoende regenwoud over voor de verfilming. Voor Mannen op de maan hoeft u zich geen zorgen te maken over de locatie: als mijn stadsdeelraad zijn zin krijgt kunt u die film binnenkort schieten in het Bijlmerpark, waar u overigens ook de figuranten voor Cokes in voorraad kunt rekruteren.
Over casting gesproken: daar heb ik lang en diep over nagedacht. En dan vooral over de rol van Archibald Haddock. Het kan zijn dat ik me vergis, maar volgens mij bevindt zich onder uw landgenoten niemand die de rol van deze ruwe bonk op zich zou kunnen nemen. Rijp beraad met vrienden leverde de naam Tom Waits op, maar hoewel Waits beschikt over de juiste stem (en, naar verluidt, het juiste drinkgedrag), ben ik bang dat hij met zijn schriele postuur en vlassige baardgroei geen geloofwaardige zeekapitein kan spelen.
Omdat me evenmin de naam van een geschikte Europese acteur te binnen schiet, wil ik me bij deze graag aanbieden voor de rol van Haddock. Ik durf te zeggen dat ik, wat temperament, vocabulaire en levensstijl betreft, de geknipte man ben voor die job. Daarnaast verkeer ik doorlopend op voet van oorlog met draaideuren, spuitwaterflessen en stukjes hechtpleister. Weliswaar beschik ik niet over een kasteel (en al helemaal niet over een butler), maar dat doet Haddock in zijn eerste avonturen ook niet. Bovendien neem ik aan dat ik me van de riante gage, die ik voor de eerste episode hoop te toucheren, zowel een kasteel als een butler kan veroorloven.
In afwachting van uw reactie ben ik alvast een baard aan het kweken. Achterin mijn kast ligt nog wel een donkerblauwe schipperstrui en een kapiteinspet kan ik ook nog wel ergens op de kop tikken. Zonder tegenbericht zal ik me op de eerste draaidag melden aan de poorten van uw studio. Kunt u zorgen dat de rekwisietenafdeling een paar flessen whisky klaarzet?
Ik verheug me op een plezierige samenwerking,
Met vriendelijke groet,
Marco J Arbouw
Amsterdam
Nederland
Europa
Weekje in Berlijn geweest

Sorge, wenn du zu sterben gedenkst / Daß kein Grabmal steht und verrät, wo du liegst / Mit einer deutlichen Schrift, die dich anzeigt, schreef hij zelf. Maar toen-ie eenmaal te sterven gedacht had Bertolt Brecht blijkbaar weinig meer in de melk te brokkelen. In elk geval wordt op zijn grafsteen met duidelijk schrift verraden waar hij ligt, op het Dorotheenstädtische Friedhof aan de Berlijnse Chausséestraße om precies te zijn. Zijn laatste woonhuis, dat pal naast de begraafplaats ligt (ze konden hem zo uit het raam kieperen), is 's morgens te bezichtigen. Dat heb ik dus ook maar gedaan.
Verder nog mooie dingen gezien in Berlijn? Uiteraard. Ik heb een regenachtige dinsdagmiddag doorgebracht in het Jüdisches Museum, een spectaculair ontwerp van Daniël Libeskind. De tentoonstelling is mooi en bij vlagen indrukwekkend, maar ke-nonne, de architect heeft echt zijn uiterste best gedaan om het gebouw zo desoriënterend en zo deprimerend mogelijk te maken.
In Treptow, een buitenwijk in het zuidoosten van Berlijn, ben ik wezen kijken hoe het eruitziet Am kürzeren ende der Sonnenallee. Hoewel de woonbarakken tegenwoordig in fris bedoelde pasteltinten zijn beschilderd en de Berlijnse muur is vervangen door een parkje, lijkt er verder niet veel veranderd. De woensdag heb ik met mijn ouders stukgeslagen aan Unter den Linden, rond de Häckeschen Höfe en in de rest van het Scheunenviertel. En donderdag heb ik, na de rondleiding in de Brecht-Weigel Gedenkstätte, in de regen gelopen in het westelijke deel van de stad.
Voor wie van plan is om eerdaags naar Berlijn te reizen volgt hier nog een gratis tip: ga niet naar het Haus am Checkpoint Charlie. Dat heb ik voor je gedaan, zodat je niet meer hoeft. Geloof me, het zuigt. De tentoonstelling is, afgezien van wat ontsnappingsvehikels, dodelijk saai. Door de verschrikkelijke drukte wil je, zodra je binnen bent, nog maar een ding: naar buiten. En het vervelende is dat dat door diezelfde drukte bijna onmogelijk is. Echt, een ontsnapping uit de DDR was kinderspel vergeleken bij het verlaten van het muurmuseum. Voor die hele twijfelachtige ervaring betaal je de lieve som van € 9,50. En dan durven ze bij de ingang nóg om donaties te bedelen. Het is een grote zwendel.
Op de een of andere manier heb je in Berlijn altijd het gevoel dat je te laat bent gekomen. Te laat, bijvoorbeeld, om de dynamiek van de jaren '20 en '30 te kunnen zien. Te laat om de rokende puinhopen van na de oorlog te bekijken. Te laat om de muur te zien en Oost-Berlijn in de oude staat te bekijken. En te laat voor de gigantische opleving van de vroege jaren '90. Maar eerlijk, het blijft een schitterende stad. En Berlijn zal nog wel even blijven staan. Dat is maar goed ook, want ik moet er beslist nog een paar keer naartoe.
Camouflage aan de Prinsengracht

Het grauw van straatkeien en het lichtbruin van dorre iepenbloesems: het zijn, zeker in deze tijd van het jaar, de overheersende kleuren in de Amsterdamse grachtengordel. Dus wat doe je als je als kat zijnde aan de Prinsengracht woont? Je past je aan! Mij benieuwen wat Darwin zou zeggen van zo'n perfecte schutkleur.
Nuttig & aangenaam

Tot mijn genoegen merkte ik afgelopen week dat er daslook groeit in het Bijlmerpark. En daslook smaakt niet alleen verrukkelijk, het is ook nog eens beschermd. Dus als ik zo dadelijk mijn salade op heb zal ik eens met het stadsdeel bellen, om ze te vertellen waar ze hun bouwplannen voor het Bijlmerpark kunnen steken. Altijd handig, zo'n plantje!
Wekkerradio
1.) Wakker worden van de nieuwsdienst. Heel voorzichtig één oor opendoen.
2.) Horen: 'De Franse presidentskandidaten Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal zijn op televisie met elkaar in bad gegaan.'
3.) Heel voorzichtig andere oor ook opendoen.
4.) Begrijpen dat er is gezegd: 'De Franse presidentskandidaten Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal zijn op televisie met elkaar in debat gegaan.'
5.) Diep zuchten, SNOOZE indrukken.
6.) Herhaal stappen 1 t/m 5 tot uitgeslapen.
|
|
|