Realiteit
In Nederland zijn de huizen uitgerust met een voordeur. Over de functie van die deur bestaan veel misverstanden. De meeste mensen denken dat een voordeur is bedoeld om door naar binnen of buiten te gaan. Maar voor dat doel volstaat een simpel gat in de muur. Sterker: wie probeert om door een deur een huis te betreden loopt risico op botbreuken en een flinke hersenschudding. Ook heb je mensen die denken dat de voordeur dient om kou en tocht buiten te houden. Dat klinkt logisch, tot je je gaat afvragen waarom je nooit een iglo ziet met een zware, eikenhouten deur.
Kort en goed: de belangrijkste eigenschap van een voordeur is dat je hem dicht kunt slaan. Niet alleen wanneer je vrouw en kinderen de rug toekeert en definitief huis en haard verlaat, maar ook wanneer je 's avonds doodop thuiskomt. WHAM! Weg is je werk, weg is je vervelende chef, weg zijn de eikels in de file, weg is de buitenwereld. De voordeur is een effectieve buffer tussen onszelf en de dagelijkse zorgen. De plek waar we ons terugtrekken uit de harde realiteit noemen we 'thuis'. En wat doet een Nederlander als hij thuis is? Dan zet hij de televisie aan. En dan kijkt hij naar reality-TV.
De realiteit is interessant. De halve wereld is in oorlog, regenwouden verdwijnen, de aarde warmt op, het zeewater staat tot aan de kruin van de dijken, we maken een catastrofale recessie mee, wereldwijd raken hondderdduizenden mensen hun baan kwijt, je zou zeggen dat er voldoende werkelijkheid is om aantrekkelijke televisie over te maken. Kijkers en programmamakers denken daar anders over. De problemen in de echte wereld zijn ze niet gecompliceerd genoeg, dus creëren ze een schijnwereld, waarin alledaags leed tot monsterlijke proporties wordt uitvergroot.
Zeg eens eerlijk, kijk je vaak naar een kamerdebat? Nee hè? Niemand kijkt graag naar een kamer vol domme mensen met tegengestelde belangen, die dag in dag uit ruziën over triviale kwesties. Dat zou je denken, tenminste. Maar als een programmamaker besluit om twaalf beperkte figuren met tegengestelde belangen in een huis te zetten, en ze drie maanden lang te filmen terwijl ze zich de pleuris vervelen en ruziën over niks, wordt het ineens een kijkcijferkanon.
De liefde is een grote sloper. Dagelijks lopen duizenden relaties op de klippen. Gaan we zelf een keertje niet kapot van liefdesverdriet, dan hebben we altijd wel vrienden die in scheiding liggen of uit elkaar dreigen te gaan. Als er iets is dat ik liever nooit meer wil zien dan zijn het mensen die in een scheurende huilbui hun relatieproblemen uitschreeuwen. Maar wat doe je als je programmamaker bent? Dan isoleer je frisse jonge stellen op een exotisch eiland, met de expliciete opdracht om zoveel mogelijk partners van anderen op te geilen. Je kan erop wachten dat daar stront van komt. Dikke tranen, boze buien, prachtige televisie.
Afijn, die stellen vragen er een beetje om. Per slot ven rekening weten ze waaraan ze beginnen. Wat veel erger is, is dat televisiemensen ook proberen om jouw en mijn relatie naar de knoppen te helpen. Voor dat doel hebben ze klusprogramma's uitgevonden.
Het ergste klusprogramma dat ik ken is Het Blok. Voor wie het niet kent: in Het Blok worden gezonde stellen met een harmonieuze relatie elf weken lang gevolgd terwijl ze, naast hun drukke kantoorbaan, het uitgeteerde karkas van een slooppand verbouwen tot een yuppenkeet met een luxe interieur. Terwijl ze daarmee bezig zijn komt iedere vijf minuten een reclamespot van een bouwmarkt voorbij. Dat mag ook wel, want als ik ooit een goeie aanleiding heb gezien om NIET te gaan klussen, dan is dat wel Het Blok.
Met al maar groeiende verbijstering zie je hoe stellen, die zich smoorverliefd en vol dadendrang op de uitdaging storten, zich week na week ellediger gaan voelen in een al maar dieper moeras van puin, rotzooi, financiële rampspoed, mentale en fysieke uitputting, bizarre verwondingen, wederzijdse boze blikken, openlijke verwijten en uiteindelijk de onvermijdelijke relatiecrisis.
En dan, tijdens de laatste aflevering, terwijl de lovebirds jankend van ellende elk aan hun eigen kant van de badkamer zitten, die een godsvermogen heeft gekost en nooit helemaal heeft willen worden wat ze ervan verwachtten, die hun relatie zo niet verpest, dan toch danig op de proef gesteld heeft (je ziet zo dat de vrouw genoeg munitie heeft voor jaren echtelijke ruzies), net als je denkt dat het écht niet erger meer kan, valt de camera op een strak gestuct wandje en een designerkraan. En op dat moment draait je vriendin zich een kwartslag, kijkt je met vochtige ogen aan en zegt: 'Dat wil ik ook.'
Mannen, dan is het tijd. Tijd om op te staan van het bankstel en de televisie met stekkers en al van zijn plaats te rukken. Tijd om de voordeur te openen en het toestel met een fraaie boog op straat te kwakken. Tijd, tenslotte, om de voordeur met een enorme klap dicht te slaan. Denk dan even na of je de deur vóór of achter je dichtslaat. Maar aarzel niet te lang.
Eureka!
Dat er ochtendmensen en avondmensen zijn is vrij algemeen bekend. En ook van nachtmensen heeft iedereen wel eens gehoord. Maar zeg eens eerlijk: heeft u ooit een middagmens ontmoet?
Dusss...
Kunnen we het voortaan niet zo aanpakken dat we 's middags slapen in plaats van 's nachts? Dan zijn we allemaal gelukkig!
Opkomst en ondergang van Landmans Welvaren
In het dorp waar ik vandaan kom stond vroeger een café dat Landmans Welvaren heette. De kroeg stond op een driesprong aan de voornaamste doorgaande weg. Er was dan ook veel aanloop van passerende toeristen. Maar in de lange wintermaanden, wanneer de oostenwind over de polder huilde, was de dorpskroeg het domein van de stamgasten. Dat waren er nogal wat - per slot van rekening was het een Westfries dorp.
De kroegbaas, die Siem Buis heette, was jong maar bekwaam. Hij had tot voor kort in een naburig dorp als barman gewerkt, maar een erfenis had hem in staat gesteld om Landmans Welvaren te kopen. Tot die erfenis behoorde, naast een aanzienlijk geldbedrag, een papegaai. Op het eerste gezicht was het een doodgewone papegaai, met blauwe en gele veren en een grijze snavel. De hele dag zat hij op zijn stok en krabde zich of stootte een paar onsamenhangende klanken uit. Maar deze papegaai kon iets bijzonders: wanneer je hem een ongepelde pinda gaf zong hij het Wilhelmus. Het hele eerste couplet.
Siem had aardigheid in het geval. In een hoek van het café bouwde hij een kooi voor de papegaai. Toen op een avond alle stamgasten in Landmans Welvaren verzameld waren, pakte Siem een ongepelde pinda uit een bakje op de toog en gaf hem aan de papegaai. Het dier verorberde de pinda en zong het Wilhelmus. De gasten vonden het prachtig. In de loop van de avond liep de een na de ander met een pinda naar de kooi, en om het kwartier klonk het Wilhelmus door de kroeg. Maar op een gegeven ogenblik was het nieuwtje eraf en concentreerden de klanten zich weer op hun gesprekken. En op hun borrels, uiteraard.
Toch bewees de papegaai nog goede diensten. Bij internationale voetbalwedstrijden, bijvoorbeeld. Vlak voor de wedstrijd stopte iemand de papegaai een pinda toe, en terwijl het Wilhelmus simultaan uit de televisie en uit de kooi schalde, sprongen de mannen in de houding, hun rechterhand op de borst. De notaris, die in het verzet was geweest, salueerde er bij. Als-ie sjikker was zette hij zijn gleufhoed dwars op zijn hoofd, als een steek. Eén keer heeft Kees Blauw de papegaai op de vierde mei een pinda gegeven, precies toen om twee over acht het volkslied werd gespeeld. Toen heeft de notaris hem hardhandig duidelijk gemaakt dat hij dat beter kon laten.
Het warme seizoen brak aan en er kwamen weer geregeld toeristen in het café. Af en toe demonstreerde Siem het kunstje van de papegaai. Het werd een succesnummer. Vooral de kinderen konden er geen genoeg van krijgen. Steeds opnieuw liepen ze met een pinda naar de kooi en steeds opnieuw zong de vogel het Wilhelmus. Al snel werd de papegaai een attractie: van heinde en verre kwamen de mensen naar Landmans Welvaren om hem te horen zingen. Soms met busladingen tegelijk. Siem deed goede zaken. De pinda's waren niet aan te slepen. Op een dag in juli haalde Siem het oude naambord van Landmans Welvaren van de gevel en hing een nieuw bord op, waarop in sierlijke krulletters 'In d'Papegaeij' stond.
Misschien vond de papegaai alle aandacht leuk. Het kan ook zijn dat hij zijn bekomst kreeg van de pinda's. In elk geval ging het beest ertoe over om te pas en te onpas geheel uit zichzelf het Wilhelmus te zingen. Voor de toeristen (en hun kinderen) was de aardigheid er toen snel af. Een papegaai die het Wilhelmus zingt is immers alleen maar leuk als je hem daar zelf toe hebt aangezet.
Voor de stamgasten was het nog erger. De herfst kwam en de stroom toeristen nam af. De mannen van het dorp hadden de kroeg weer voor zichzelf. Maar het gezang van de papegaai werkte ze op de zenuwen. Steeds vaker moesten ze hun gesprekken onderbreken omdat het afschuwelijke gekrijs alles overstemde. Klaas Bot was de eerste die wegbleef. Siem vernam bij geruchte dat Klaas zijn toevlucht had gezocht in De Roode Leeuw, aan de andere kant van het dorp. Piet Boon volgde, en langzaam maar zeker verdwenen alle stamgasten naar De Roode Leeuw. Toen tenslotte zelfs Kees Blauw er de brui aan gaf was het voorbij.
Siem heeft de kroeg nog twee maanden opengehouden, maar op een kwade nacht in december, terwijl de oostenwind over de polder huilde, heeft hij er de brand in gestoken. Samen met de papegaai kwam hij om in de vuurzee. Over die brand doet een sterk verhaal de ronde. Mijn neef Dirk Bruin, die bij de vrijwillige brandweer zit, houdt bij hoog en bij laag vol dat hij, terwijl de vlammen al uit het dak sloegen, de papegaai nog heeft horen krijsen. Maar de papegaai zong niet het Wilhelmus. Hij zong 'Deutschland über alles'.
Om over na te denken

Het overkomt me steeds vaker dat ik op de buienradar zit te kijken en vervolgens de blik naar buiten moet wenden om te constateren dat het (inderdaad) regent. Hier doet zich het paradoxale verschijnsel voor, dat we door een overvloed aan actuele informatie ons contact met de realiteit dreigen te verliezen.
Religieus vraagstuk
1. Zou je Nederland 'traditioneel hervormd' kunnen noemen?
2. Is 'traditioneel hervormd' niet een contradictio in terminis of op z'n minst een paradox?
Raadselen
Hoe is het toch mogelijk dat schoenveters helemaal uit zichzelf los gaan, terwijl snoeren, kabels, vislijnen en stukjes touw helemaal uit zichzelf in de knoop raken?
Genesis 1:24
De hagedissen en de apen
Had God in een wip geschapen,
Maar Hij verloor een zee van tijd
Bij het breien van een geit.
Primitieve driften
Gisteravond zag ik tot twee keer toe een massieve vlucht kolganzen naar het noordoosten trekken. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien - het waren er duizenden. Het tafereel deed een beetje denken aan die scène uit 'The Longest Day', waar die mof uit het raampje van zijn bunker staat te koekeloeren en opeens de vloot ziet aankomen: 'Die Invasion! Sie kommen!' Afijn, die kolganzen hebben dus de lente in hun kop. Ze voelen een ontembare drift om naar Siberië te vliegen en daaraan geven ze gehoor. Zo zijn ze nu eenmaal geprogrammeerd.
Vanmorgen was ik vroeg op. Ik was van plan om een stukkie te schrijven en daarna de boel eens op te ruimen. Ik ging met een bak koffie achter de machine zitten en peinsde over een onderwerp of een snedige openingszin. Het wou niet lukken. Elke keer dat ik opkeek zag ik op de aanrecht de vaat van gisteren staan. Het was geen grote afwas: een bordje, twee pannen, wat bestek. Maar die vaat zat me dwars. Dus besloot ik om even de afwas te doen. Met schrijven zou het daarna wel goed komen.
Terwijl ik de vaat stond te spoelen merkte ik dat het fornuis moest worden geschrobd. Omdat ik toch bezig was deed ik dat even in één moeite door. Zodoende zag ik dat er nogal wat stof naast de droger lag - moet ik nog verder gaan? U begrijpt: het eind van het liedje was dat ik de hele ochtend als een witte tornado door het huis ben geraasd, met stofzuigers en emmers vol sop in mijn kielzog. Ik klopte de kleden uit, draaide een wasje, dweilde de gang en zette de ramen tegen elkaar open.
Pas toen ik even ging zitten voor een bak koffie begreep ik waar ik mee bezig was. Good heavens, ik was de voorjaarsschoonmaak aan het doen! Dat was me nog nooit overkomen.
Nut en noodzaak van de grote schoonmaak [dat rijmt, onthouden] zijn me altijd ontgaan. Waarom, per slot van rekening, zou je jezelf ieder voorjaar die kwelling aandoen, terwijl je net zo goed kunt zorgen dat de boel in de winter een beetje aan kant blijft? Ik slurpte aan mijn koffie (dat mocht, ik was alleen thuis) en peinsde.
Zou het met het licht te maken hebben? Als de zon in de kamer staat zie je immers al het stof en vuil dat je bij donker weer kunt negeren. Maar juist in de winter valt het zonlicht zo laag in dat alle rotzooi wordt uitgelicht. Die vlieger gaat dus niet op.
Waarom, dus, zouden we juist in de lente de grote schoonmaak doen? Volgens mij is de verklaring eenvoudig. De voorjaarsschoonmaak is van oorsprong bedoeld als paringsritueel. Het is een lage, hormonaal bepaalde drift. Het doet nog het meest denken aan het gedrag van prieelvogels, je weet wel, die kraaiachte vogels uit Australië waarvan het mannetje een tuin van blauwe steentjes bouwt om indruk te maken op het wijfje. Kijk eens wat een keurig huisje ik heb!
Bij mensen is dat soort gedrag niet beperkt tot de mannelijke kunne. Sterker, bij ons zijn het meestal de wijfjes die de aanzet geven tot het ritueel van de voorjaarsschoonmaak. En wee je gebeente wanneer je daaraan als mannetje niet meedoet: dan zal er van paring voorlopig geen sprake zijn.
Over het algemeen slagen wij mensen er vrij aardig in om onze primitieve driften te beteugelen. Daartoe hebben we een heel stelsel van wetten en conventies in het leven geroepen. We betalen netjes voor ons eten, knuppelen onze evennaasten niet neer en bespringen onze wijfjes slechts met wederzijds goedvinden. Uit evolutionair oogpunt zou het dus logisch zijn om ook onze schoonmaakdrift te onderdrukken. Het principe dat daaraan ten grondslag ligt heet beschaving. Het onderscheidt ons van de apen.
Maar bij nader inzien: een chimpansee met een stofzuiger heb ik eigenlijk nog nooit gezien. Op dat punt hebben de apen ons blijkbaar toch ingehaald.
Uitgespeeld

Vannacht zag ik op de Stadhouderskade
Bij 't vuil het lijk van een piano staan.
De toetsen weg, het klankbord naar de maan,
Gebroken snaren als verwarde draden,
De klep gescheurd: geweldig was de schade
Die men het instrument had aangedaan.
'k Ben met een diepe zucht mijns weegs gegaan
En liet het ding over aan de genade
Van de oude morgenster die aan kwam rijden.
Deze begon, met weinig medelijden,
Er met een voorhamer op los te slaan.
Terwijl ik verder liep, richting Jordaan,
Treurend om quatre-mains in beter tijden,
Dacht hij: 'Dat hout, daar heb ik ook niks aan.'
Van die vragen...
Naar het schijnt moet een derde van de hoerenkasten op de Amsterdamse Wallen worden gesloten. Is dat nou wat ze bedoelen met het werkwoord 'deputeren'?
De eerste wet van Ko
In het leven zijn er twee dingen waarop je niet kunt vertrouwen. Het eerste is het weer en van het tweede weet je nooit wat het nu weer is.
Moderne tijden
Een paar dagen geleden zag ik op straat een man bidden en telefoneren tegelijk.
Sindsdien spoken er voortdurend twee vragen door mijn hoofd: wie had die man aan de lijn en wat is Diens telefoonnummer?
Vrijdagochtendmailverkeer
Zo'n landerige vrijdagmorgenstemming. Mailwisseling met Ernst:
Da's ook wat... Justin Sullivan is vijftig geworden, dit voorjaar.
Bedacht mij eerder deze week al dat Ian Curtis dit jaar ook vijftig zou zijn geworden.
Sterker: Ian Curtis zou aanstaande zaterdag vijftig worden, zie ik net...
E
Erger: ook Johnny Rotten* heeft dit jaar Abraham gezien. Op 31 januari al. (Stel je de pop voor die de buren in zijn voortuin hebben gezet.) En Sid Vicious zou volgend jaar vijftig zijn geworden.
Er schijnt een hardnekkig verhaal de ronde te doen, volgens hetwelk de moeder van Sid Vicious, bij terugkeer uit de VS, de urn met zijn as heeft laten vallen in de aankomsthal van Heathrow. Zodoende zou de geest van Sid Vicious nog steeds rondwaren door de aankomsthallen en ontluchtingsschachten van de luchthaven. Ik weet niet in welke terminal, overigens, maar ik durf er bijna een wedje op te leggen dat het in Terminal 1 was. Er is daar iets niet pluis, broer, wat ik je brom. Er is trouwens ook al sinds 1978 niet meer schoongemaakt. Maar dit terzijde.
Om op de jubilarissen terug te komen: Jan Peter Balkenende is op 7 mei vijftig geworden. Een maand jonger dan Justin Sullivan, dus. Wonderlijk, eigenlijk. Probeer je Balkenende eens voor te stellen als een generatiegenoot van Johnny Rotten en Justin Sullivan - lukt niet hè? Zou Balkenende stiekem een punkverleden hebben?
En hoe zit dat met Mahmoud Ahmedinejad (28 oktober)?
grKo
P.S. Bij nader inzien: yep, Mahmoud Ahmedinejad heeft een punkverleden. Denk die baard maar eens weg. En stel je hem voor met een punkborstel. Noooooo fuuuuuuture! Ja toch?
Van Ahmedinejad bestaat het ernstige vermoeden dat hij betrokken was bij de gijzeling in de Amerikaanse ambassade in Teheran. A punk thing if ever there was one...
Stel je voor welke alarmbellen er bij de NSA allemaal gaan rinkelen bij een mailbericht met daarin "Ahmedinejad", "gijzeling", "Amerikaanse ambassade", "Heathrow", "Terminal 1" en "Balkenende". Ben zelf straks op vakantie, maar als ik jou was, zou ik bij het verlaten van m'n huis goed om me heen kijken. Als je ineens allemaal rode laserstipjes op je borst ziet, dan wordt er inderdaad meegelezen...
E
Fijne vakantie dan, ook aan Rachel. Je hoort wel van de brand. Reis je via Heathrow, neem je de Eurostar door de Kanaaltunnel of pakken jullie de ferry? En reis je dan vanaf IJmuiden, Rotterdam Europoort, Hoek van Holland, Oostende, Zeebrugge of Calais? En naar Dover, Ramsgate, Folkestone, Harwich, Hull of Newcastle? En nemen jullie de auto mee? Dat kost anders wel een bom duiten!
(Zo, die hoeven zich niet te vervelen.)
grKo
*) Voor de kinderen hangen we er even een linkje aan.
Sic transit timor mundi

De tragiek van het communisme is dat het, sinds de glasnost, de perestrojka en de val van de muur, een folkloristisch verschijnsel met een zekere aaibaarheidsfactor is geworden. Nog geen twintig jaar geleden had het vrije westen er een atoomoorlog voor over om het rode tij te keren. Tegenwoordig wordt het communisme enkel nog beleden door een paar excentriekelingen in Cuba, Noord-Korea, Scheemda en Reiderland.
De rommelmarkten liggen vol met bustes van Lenin, Das Kapital ligt - zoals wel meer onleesbare boeken - in dikke stapels bij De Slegte en de grote modeketens verkopen strakke dameshemdjes met de beeltenis van Ché Guevara die, onder erbarmelijke omstandigheden, in elkaar zijn gezet door kleine kinderen. In China en Viëtnam, nota bene.
De voorlopige genadeklap voor het communisme kwam deze week. De firma Knorr heeft een nieuwe stroganoff-mix uitgekookt en brengt die aan de man met olijke reclameposters, waarop rode vaandels wapperen en een koekepan-en-bakspaan zijn gearrangeerd in de vorm van een hamer-en-sikkel. Hadden ze dat dertig jaar geleden geprobeerd, dan werd nu van Knorr niet meer gesproken.
Nieuwe wereldorde, nieuwe vijanden. Het lijkt erop dat, in deze tijd van globalisme en islamofobie, het goeie ouwe communisme op onze nostalgische gevoelens begint te werken. Communisme, of in elk geval de herinnering aan het communisme, is salonfähig geworden.
Mooi. Als we nog een paar jaar zo doorgaan kan de wereldrevolutie niet ver meer zijn.
Observatie (2)
'Gedane zaken nemen geen keer.'
Dat is niet in alle gevallen waar. Bovendien zou je in veel gevallen hetzelfde kunnen zeggen over ongedane zaken.
Observatie (1)
Het feit dat het woord 'krent' algemeen in gebruik is ter aanduiding van het achterwerk, doet het ergste vrezen omtrent de persoonlijke hygiëne van onze voorouders.
Citaat (2 bis)

Onderstaand citaat heb ik op deze plek al eerder aangehaald, maar omdat het blijkbaar niet geholpen heeft doe ik het nog eens:
'Eén stelling lijkt mij dubieus: dat volkomen efficiëntie hetzelfde is als leefbaarheid. Als een waarschuwend teken, dat dit twee verschillende zaken zijn, hebben we Rotterdam.' (Godfried Bomans)
Zou het misschien zo kunnen zijn...

...dat de vogelgriep vanuit Amsterdam naar Azië is overgebracht?
Treurdicht (bij het vallen der blaadjes)

De herfst is ingetreden,
In alles zit de klad;
Er wordt intens geleden
Op 't land en in de stad.
Het leven is een tranendal
En nergens zit het mee:
Een musje in de Frieslandhal
En zwanen in Carré.
Wilson Registry
Met Ernst, Wieland en Thijs maak ik plannen voor een bankoverval in Oosterblokker. Het plan an sich is simpel. Wieland en ik zullen ons bij de balie gewapenderhand over het geld ontfermen. Thijs houdt de wacht bij de deur. Buiten houdt Ernst de motor van de vluchtauto draaiende. Een donkere Peugeot moet het zijn. Donkere Peugeots vallen niet zo op.
Niet veel later sta ik met mijn vader op het garagepad voor mijn ouderlijk huis. We bespreken de plannen voor de overval. Hij is niet enthousiast: hij vindt dat er teveel zwakke plekken in zitten. Ik ga een eind fietsen.
Op de Buurt, tussen de Meilag en de Lakemanweg, komt een man me tegemoetfietsen. Hij is een beetje wereldvreemd, lijkt het, maar wel zachtaardig. Een beetje als Boudewijn, maar dan vijftien jaar jonger. (Of als Daniël, maar dan vijftien jaar ouder, dat kan ook.) Hij zingt zachtjes een liedje. Het is een Nederlandstalig liedje, hoor ik.
Op het moment dat we elkaar passeren draait hij zich om en houdt hij me staande. Hij zingt het liedje nog een keer. De melodie is prachtig en ik vraag hem hoe het heet. 'Wilson registry', zegt hij.
Ik wijs hem erop dat hij de klemtoon verkeerd legt. Hij zingt 'Wilson reGIStry', terwijl het volgens mij toch echt 'Wilson REgistry' moet wezen. Hij zegt dat de melodie hem daartoe dwingt. Dat klopt. Het liedje komt uit 1956, zegt hij ongevraagd. Ik zeg dat ik het een mooi liedje vind. Weet hij hoe de artiest heet?
'Wekker', zegt de man.
'Is dat Wekker met dubbel K of Wecker met CK?', vraag ik nog.
'Wekker!', roept mijn vrouw nog een keer, geïrriteerd nu.
O, juist.
|
|
|